‘Schilderijen verwelken als bloemen’
en
‘Alle kleuren die door het Impressionisme in de mode zijn gebracht, veranderen, reden te meer om ze botweg te fel te gebruiken, mettertijd zullen ze toch maar verbleken.’
Dit zijn twee uitspraken van een schilder wereldberoemd om zijn kleurgebruik en wiens werk, zoals hij zelf voorspelde, inderdaad door onstabiele verf onherroepelijk veranderd is. Het zijn de woorden van Vincent van Gogh, de man die al zijn energie inzette op het gevecht met kleur, verf en vorm maar regelmatig wordt weggezet als een, weliswaar geniale, neuroot.
Verf is een onbetrouwbare partner, dat wisten vele generaties schilders, zoals ook Van Gogh, maar is in de moderne tijd in het vergeetboek geraakt. Toch is het een gegeven waarvan elke schilder het begin ziet als hij of zij natte verf ziet drogen en de kleur lichter of donkerder wordt, een proces dat in het slechtste geval kan ontaarden in een totale afbraak van het kleurvlak.

Pixels, drukinkt en oude reprodukties om het verhaal van de verse verf te reconstrueren.
foto Van Gogh Museum
Praktijk en theorie
Het veranderen of verdwijnen van een kleur heeft een enorm effect op de kleurbalans en daarmee op het object, of dat nu een schilderij, een beeld of een gebouw betreft.
De vraag, is dat erg?
Is het noodzakelijk om de auteur en zijn of haar werk te begrijpen door zoveel mogelijk van de huidige conditie en het oorspronkelijke materiaal te weten? Als schilder zeg ik – Ja, het is een voorwaarde.
Of is de inhoud belangrijker?
Gaat het in eerste instantie om het verhaal? Heeft kleur geen specifieke betekenis in en voor het concept? – Nee, dan zouden schilders schrijvers kunnen worden.
Aan het begin van de 20e eeuw, rond 1900, bestaat de studie kunsthistorie voornamelijk uit het bestuderen van documenten en handschriften. Reizen om oog in oog met een kunstwerk te staan is voorbehouden aan een kleine groep kunstenaars en de happy few. Beeld is bijzaak. Visuele beschrijvingen bestaan uit tekeningen en grafische reproducties zoals etsen, gravures en litho’s, aquarellen, gevolgd door de eerste foto’s, aanvankelijk in zwart-wit, later in wankele kleuren. Hierin is de concentratie op het concept geworteld en de ontkenning van de rol van kleur, het materiaal, in de beeldende kunst.
Het gevolg is een kloof tussen het handwerk van de kunstenaar en de woorden van de beschrijver in de persoon van de historicus en de criticus. Gerenommeerde kunsthistorici kunnen bladzijden lang woorden en abstracties aan elkaar vlechten zonder het ook maar één keer over het materiaal te hebben. Materiaal dat ze inderdaad niet (willen) kennen.
Om bij Van Gogh te blijven, de man beschrijft met regelmaat de kleuren die hij gebruikt, het kleursysteem en het visuele doel dat hij nastreeft. Met kennis van (verse) verf en kleur is al via zijn brieven een beeld te krijgen van de oorspronkelijke kleuren.
Dankzij geavanceerde technieken is het nu mogelijk om een idee te krijgen van verdwenen en omgeslagen kleuren in schilderijen, zoals bij bijvoorbeeld Van Gogh’s ‘Slaapkamer’. De deur gaat een beetje open naar de keuzes en het materiaal van de kunstenaar.
Op de foto is één van de sessies te zien van de pogingen om aan de hand van uitgebreide analyses grip te krijgen op het oorspronkelijke kleursysteem van het doek dat behoorlijk verkleurd is. Ik had hiervoor een aantal verfmonsters gemaakt gebaseerd op de namen die Van Gogh noemt voor dit schilderij en de paletten die van hem bekend zijn. Ze liggen tussen de nieuwe prints en de oude reproducties. Pixels en drukinkt versus verse verf. Het laatste bleek een onbekend fenomeen voor de andere aanwezigen bij de sessie. Verse verf, de eigenschappen van de specifieke kleuren en de effecten van het schilderen, de hand.
De kunsthistorie staat voor een grote uitdaging.
Hoe gaat ze om met de nieuwe inzichten die natuurwetenschappelijk onderzoek aan kunstwerken bieden? Inzichten die steeds nadrukkelijker het materiaal op de voorgrond zetten en laten zien dat theorie niet zonder praktijk kan. Dat er heel wat redenaties zijn die door dit onderzoek op lucht blijken gebouwd en dat materiaalkennis in de breedste zin van het woord, de basis is voor een complete kunstenaarshistorie.
De kunsthistorie is dood, leve de kunstenaarshistorie.
