‘Hippe Huisvlijt’ heet het artikel van Joke de Wolff in Trouw (22-03) over de tentoonstelling Handmade in Boymans van Beuningen.
Politiek correct ademt de tekst een dedain voor het onderwerp en worden begrippen als huisvlijt, ambacht en handwerk op één hoop gegooid.
De conservator van de tentoonstelling, Mieke Simon Thomas, vindt dat ‘ambachtelijkheid vaak wordt overschat’ en meldt ‘ ik heb laatst al mijn bloemenvazen thuis naast elkaar gezet, zonder rekening te houden met sentiment. De lelijkste was een zelfgemaakte vaas die ik van een familielid had gekregen. De mooiste kwam van de Ikea.’
Een beter voorbeeld van het onbegrip ten aanzien van ambacht en handwerk is nauwelijks te geven. Nederland wordt al decennia geteisterd door een stroom van goedbedoeld handwerk en huisvlijt van amateurs en hobbyisten, die met de kreet ‘ik schilder/ boetseer/ borduur ook’, het zicht op kwaliteit vertroebeld hebben, want zich door hun amateurstatus onttrekken aan kwaliteitseisen en inhoudelijke kritiek.
Ambacht, dat lastige woord, is echter niet synoniem aan handwerk waar ook bovenstaande activiteiten onder vallen. Het is een hardnekkig misverstand
Ambacht betekent controle over je materiaal, een goed ontwikkelde creativiteit en beheersing en kennis van het vak. Dat kan zijn in een kleinschalige productie, maar net zo goed in een industrieel productieproces als de auto-industrie. Kwantiteit sluit kwaliteit nooit uit. Het is een keuze. Dit wordt door Simon bevestigt in haar keus voor de Ikea-vaas, misschien onbekend met het feit dat Ikea regelmatig ontwerpers van naam, ambachtslieden, inhuurt zoals voor de vazen. Haar afkeer van de handgemaakte vaas die op sentimentele gronden in huis staat, is het bewijs dat handwerk en ambacht twee volstrekt verschillende werelden zijn.
Ambacht is kunde, handwerk kan dat zijn, maar is vaak huisvlijt.