Rijksmuseum alleen nog pretpark?

Prachtig dat stilleven van Coorte in het Volkskrant Magazine van 26 mei. Inderdaad één van de juweeltjes van het Rijksmuseum. De Volkskrant wijdt met het oog op de nakende heropening van het museum een serie aan de collectie onder de titel Masterclass. De auteur is Wim Pijbes, directeur en ambassadeur van het Rijksmuseum. In simpele woorden worden wat algemeenheden gedebiteerd, in de stijl zoals die in het museum gangbaar is geworden. Moet dit de titel Masterclass dekken? Dan denken we toch aan uitdagingen op het hoogste niveau. Waar blijft de schilder en zijn werk? Waar het kijken? Het zien? Heeft het Rijksmuseum niet ook een educatieve functie?

In de geest van Pijbes collega Philippe de Montebello, oud-directeur van het Metropolitan Museum of Art in New York, zou dit de gelegenheid zijn om een schilderij voor een breed publiek in context te plaatsen. Dat zou zo kunnen -

 Adriaen Coorte - ‘Stilleven met asperges’ 1697

Adriaen Coorte

‘Stilleven met asperges’ 1697

20,5 x 25 cm.

 

Licht

Een bos stevige, schone AAA-asperges is op een stenen werkblad gelegd, klaar om geschild en gekookt te worden.

Eén van de eerste verse groentes van het voorjaar en Coorte schildert ze in het warme licht van de meimaand dat door een hoog raam of misschien wel de bovenste helft van de openstaande deur, naar binnen valt.

Het licht van de voorzomer dat de donkere dagen van de winter doet vergeten.

Voor de schilder geeft het onderwerp de mogelijkheid zijn virtuositeit in het weergeven van licht te tonen. Een bundeling van warme en koele witten, omarmd door de donkere achtergrond en gedragen door het warme grijs van de steen. De zwarte aarde die zoiets blanks als asperges voort kan brengen.

Asperges als symbool van vruchtbaarheid en nieuw leven.

Als punt op de i heeft Coorte met een heel dun penseeltje in zorgvuldige letters zijn naam en het jaartal gepenseeld.

Materie

Dit paneeltje is bescheiden in alle opzichten; het formaat, minder dan een A4tje, het materiaal, een beperkt aantal kleuren op papier dat weer op hout is geplakt, en het eenvoudige onderwerp. Passend in de lange traditie van het stillevenschilderen waarin het allemaal draait om compositie, contrast en een perfecte weergave van de realiteit.

Het is het indringendste van de drie aspergestillevens die nog van Coorte’s kleine oeuvre bekend zijn.

De asperges stralen je als het ware tegemoet omdat hij een efficiënte techniek heeft toegepast, om zijn loodwit extra lichtkracht te geven. Als je goed kijkt kun je zien dat onder de asperges een wit vierkant in de donkere achtergrond is uitgespaard. Dat versterkt het wit van de verf. Maar Coorte wist niet dat het loodwit na meer dan driehonderd jaar dun en doorzichtig zou worden. Daardoor schijnt de donkere ondergrond door de witte onderkanten van de asperges, want daar had hij geen rekening gehouden met uitsparingen voor zijn compositie.

Het dunne paneeltje is drie jaar geleden schoongemaakt en gerestaureerd. De gelige vernis die het licht in verdoezelde is verwijderd en de asperges zijn nu weer in hun glanzende en blanke glorie te zien.

Culinair erfgoed

Ten tijde van Coorte was asperge een luxe groente, schaars en duur.

De gewone man at schorseneren. Het betekent dus iets dat Coorte, geen lid van het schildersgilde, de groente in huis had. Coorte woonde en werkte in Zeeland en kreeg bij leven een boete opgelegd door het St. Lucasgilde vanwege illegale verkoop van schilderijen. Een privilege dat alleen toegestaan was aan leden die zich aan strikte regels betreffende materiaal en verkoop dienden te houden.

De Romeinen waren de eersten die de asperges in Noord-Europa introduceerden, ook in Nederland, maar na de val van het Romeinse Rijk raakten ze in vergetelheid.

Dankzij de Moren, die de asperge herintroduceerden in Spanje, kwam de koninklijke groente uiteindelijk met de Spanjaarden in onze contreien terug.

Vanaf de 19e eeuw wordt de asperge ruim geteeld en is het een bereikbaar eten voor iedereen. Vanaf de eerste Wereldoorlog concentreert de aspergeteelt zich vooral in Limburg. Tegenwoordig geldt het witte goud uit Twente als een nog grotere delicatesse.

De schilder en zijn werk in de tijd geplaatst, wat mijns inziens alleen maar bijdraagt aan de kwaliteit van dit pronkjuweel van het Rijksmuseum en van het museum zelf.

Voor de originele tekst in het VK-magazine zie het Volkkrant archief.

Reacties zijn gesloten.